Landschap en cultuurhistorie
Parkwijk De Zandheuvel ligt in een gebied dat van oudsher een fraaie landschappelijke overgang vormt van het bosgebied van de Utrechtse Heuvelrug en het Gooi naar het open polderlandschap van de Eemvallei. Het gebied kent enerzijds hoge stuwwallen en stuif- en dekzanden en anderzijds lage, natte veen- en riviervlaktes.
Het overgangsgebied heeft belangrijke natuurwaarden en een grote biodiversiteit. Diersoorten als das en ree, havik en wespendief, zwarte en groene specht komen er voor, maar ook kamsalamander, zandhagedis en boommarter. Daarnaast zijn er veel kenmerkende vegetatietypen.
Ontginning
De ontginning van het gebied begon rond 1390, toen bij kasteel Drakenburg een gracht werd gegraven. Deze Drakenburgergracht was bestemd voor turftransport van het Gooi naar de Eem. De oorspronkelijke ontginningen waren akkerland. Door inklinking van de bodem maakten de boeren er later weide en hooiland van. In deze tijd is het huidige halfopen slagenlandschap ontstaan, met een rationeel en recht verkavelingpatroon.
Op de hogere dekzanden van de Heuvelrug en de oorspronkelijke heidevelden en dekzanden ontstond het bos- en landgoederenlandschap. Kenmerkend zijn de bossen met open plekken, tuinen en parken, lange lanen en een geometrische opzet. Kasteel Groeneveld en landgoed Drakenburg gaven het gebied een heel eigen gezicht.
In het gebied raken de Gooise heide en de Utrechtse Heuvelrug elkaar. Tegelijk doorkruist de A27 de Heuvelrug en vormen ook snelweg A1 en de spoorlijn Hilversum-Baarn forse barrières. Hierdoor is de natuur versnipperd geraakt. Versterking van de ecologische samenhang in het gebied, dat onderdeel uitmaakt van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), moet deze versnippering beteugelen.